ECLI:NL:HR:2000:ZD9713
Hoge Raad · 04-04-2000 · zaaknummer 425-99-V CJIB 21091675
Inhoudsindicatie
Wet Mulder. Administratieve sanctie t.z.v. overschrijding maximum snelheid buiten bebouwde kom, art. 21.a RVV 1990. Beroep op bijzondere omstandigheden ter plaatse en verweer dat betrokkene niet is staande gehouden. Ingevolge art. 21.a RVV 1990 geldt buiten bebouwde kom voor motorrijtuigen op autosnelwegen maximumsnelheid van 120 km per uur, op autowegen maximumsnelheid van 100 km per uur en op andere wegen maximumsnelheid van 80 km per uur. Ingevolge art. 1.c en 1.d RVV 1990 zijn autosnelwegen aangeduid met bord G1 van bijlage 1 en autowegen met bord G3. Daaruit vloeit voort dat wegen buiten bebouwde kom die niet met een van die borden zijn aangeduid ‘’andere wegen’’ zijn a.b.i. in art. 21.a RVV 1990. In bestreden beslissing ligt als het (niet van een onjuiste rechtsopvatting blijk gevende en niet onbegrijpelijke) oordeel Ktr besloten dat ook onder aangevoerde bijzondere omstandigheden het voor betrokkene duidelijk moet zijn geweest dat zij, komend vanaf autoweg een ‘’andere weg’’ a.b.i. genoemde wetsbepaling is gaan berijden, waarop maximumsnelheid gold van 80 km per uur en dat voor aanduiding van die maximumsnelheid het plaatsen van borden, zoals door betrokkene aangegeven, niet is voorgeschreven. Verweer dat betrokkene ten onrechte niet is staande gehouden is terecht verworpen, in aanmerking genomen dat het van algemene bekendheid is dat bij radarsnelheidsmeting geen reële mogelijkheid bestaat tot staandehouding van bestuurder. Volgt verwerping.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
