ECLI:NL:HR:2000:AA8825
Hoge Raad · 05-12-2000 · zaaknummer 01926/00
Inhoudsindicatie
Art. 239 Sr niet strijdig met art. 7 EVRM: geen vage norm. Hof: gelet op de rechtspraak van het EHRM - met name de arresten inzake Kokkinakis tegen Griekenland (25 mei 1993),Müller tegen Zwitserland (24 mei 1988), Hertel tegen Zwitserland (25 augustus 1998) en Hashman en Harrup tegen het Verenigd Koninkrijk (25 november 1999) - is geen sprake van strijd met art. 7 EVRM, zeker nu blijkens de jurisprudentie van de HR schennis van de eerbaarheid ex art. 239 Sr zich voordoet wanneer iemand op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, willens en wetens een onder de gegeven omstandigheden voor het normaal ontwikkeld schaamtegevoel kwetsende handelingen verricht. HR: aldus heeft het hof het verweer dat art. 239 Sr in strijd is met art. 7 EVRM terecht en op goede gronden verworpen
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
