Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:1997:ZD0880

Hoge Raad · 02-12-1997 · zaaknummer 106.201

StrafrechtGepubliceerd 08-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed (art. 8.2.a WVW 1994) en niet voldoen aan ambtelijk bevel (art. 184.1 Sr). 1. Toepasselijkheid van art. 261 (oud) Sv of art. 261 Sv en inwerkingtreding van Wet vormverzuimen (Stb. 1995, 441). Moeten wettelijke voorschriften, waarbij tlgd. feiten strafbaar zijn gesteld, worden vermeld in dagvaarding in eerste aanleg en welke gevolgen had hof aan dit verzuim moeten verbinden? 2. Moeten deze wettelijke voorschriften worden vermeld in dagvaarding in hoger beroep? Ad 1. Inhoud van Wet vormverzuimen (waarbij art. 261 Sv is gewijzigd) en van art. 4 Wet algemene bepalingen brengt mee dat (bij gebrek aan een van art. II Wet vormverzuimen afwijkende bijzondere overgangsbepaling) op dagvaardingen die voor inwerkingtreding van Wet vormverzuimen (op 2-11-1996) zijn uitgebracht art. 261 (oud) Sv van toepassing is, terwijl op nog uit te brengen dagvaardingen de nieuwe bepaling toepassing vindt. Art. 261 (oud) Sv schrijft niet voor dat wettelijke voorschriften waarbij feit strafbaar is gesteld in dagvaarding worden vermeld. Rechter die na inwerkingtreding van wijziging van strafvorderlijke wettelijke bepalingen daarvoor verrichte proceshandelingen mede in zijn oordeelsvorming betrekt, behoeft die proceshandelingen niet te toetsen aan nieuwe bepaling, behalve v.zv. die nieuwe bepalingen mede instructie aan rechter inhouden die meebrengt dat rechter slechts op die proceshandelingen acht kan slaan v.zv. zij aan nieuwe bepalingen voldoen. Nu zodanige instructie ontbreekt behoefde hof, in aanmerking genomen dat dagvaarding voor 2-11-1996 is uitgebracht, niet blijk te geven te hebben onderzocht of inleidende dagvaarding voldeed aan het (t.t.v. uitbrengen van die dagvaarding nog niet van kracht zijnde) vereiste dat daarin wettelijke voorschriften worden vermeld waarbij tlgd. feit strafbaar is gesteld en derhalve evenmin welke gevolgen aan verzuim eventueel verbonden zouden moeten worden. Ad 2. Klacht dat art. 261 Sv niet in acht is genomen bij dagvaarding in h.b. stuit reeds daarop af dat art. 261 Sv noch in art. 412 Sv, noch in art. 415 Sv van toepassing is verklaard op dagvaarding in h.b. Volgt verwerping.

Rechters

Advocaten

  • A.A. Franken

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.