ECLI:NL:HR:1997:ZD0642
Hoge Raad · 18-02-1997 · zaaknummer 103.166
Inhoudsindicatie
Feitelijke aanranding van eerbaarheid van echtgenote van zijn gedetineerde cliënt door advocaat (meermalen gepleegd), art. 246 Sr. 1. Verweer dat OvJ n-o is in zijn vervolging dan wel dat bewijs onrechtmatig is verkregen. Is door slachtoffer buiten aanwezigheid van politie thuis opnemen van telefoongesprekken met behulp van door politie geplaatste apparatuur in strijd met art. 10 Grondwet, art. 8.1 EVRM en art. 17.1 IVBPR? 2. Verzoek tot aanvulling van p-v van eerdere tz. in h.b. Ad 1. In middelen wordt klaarblijkelijk en terecht niet aangevoerd dat het enkele zonder toestemming van opbellende gesprekspartner op geluidsband vastleggen van telefoongesprek reeds inbreuk door opgebelde gesprekspartner oplevert op recht van opbellende gesprekspartner op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer a.b.i. art. 10 Grondwet, in art. 8.1 EVRM en art. 17.1 IVBPR. In de regel levert zulks niet dergelijke schending op. Daarvoor zijn bijkomende omstandigheden vereist. Nu daaromtrent in h.b. niets is aangevoerd, behoefde Hof daarop niet in te gaan. Voorts wordt in middelen met juistheid vooropgesteld dat geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in uitoefening van in art. 8.1 EVRM gewaarborgd recht van verdachte op ‘’respect for his private life and his correspondence’’ dan v.zv. bij wet is voorzien. Bepalend i.c. is derhalve antwoord op vraag of, gelet op aandeel van politie in opnemen van telefoongesprekken die slachtoffer met verdachte heeft gevoerd, sprake is van inmenging van politie in uitoefening van in art. 8.1 EVRM gewaarborgd recht van verdachte op ‘’respect for his private life and his correspondence’’. Tegen achtergrond van f&o waarvan in cassatie kan worden uitgegaan, is ‘s Hofs oordeel dat politie niet zodanig sturend is opgetreden (waarbij Hof kennelijk oog heeft op het gehele aandeel van politie in opnemen van telefoongesprekken door slachtoffer) dat sprake is geweest van inmenging van enige publieke autoriteit in de zin van art. 8.2 EVRM, niet onbegrijpelijk, terwijl het evenmin blijk geeft van verkeerde rechtsopvatting, met name niet omtrent die verdragsbepaling, art. 10 Grondwet en art. 17.1 IVBPR. Het gaat immers in zijn kern om (vrouwelijk) slachtoffer van seksueel delict, welke vrouw voorshands geen ander bewijs heeft dan haar eigen verklaring en aan wie politie informatie heeft gegeven over mogelijkheid voor haar om aanvullend bewijs te verkrijgen en aan wie politie vervolgens met oog daarop praktische (technische) hulp heeft verleend voor verrichten van bepaalde handelingen (door die vrouw in haar eigen woning buiten aanwezigheid van politie opnemen met een met hulp van politie geplaatste geluidsband op haar eigen telefoonaansluiting van inkomend telefoongesprek dat dader met haar voert), welke handelingen voor die vrouw, als gesprekspartner bij opgenomen telefoongesprek, niet bij wet verboden handeling opleveren. Evenmin geeft blijk van onjuiste rechtsopvatting oordeel dat omstandigheid dat verdachte als advocaat ‘’status van geheimhouder’’ heeft te dezen van geen belang is. O.g.v. voorgaande kon Hof tot slotsom komen dat zich hier niet situatie voordeed a.b.i. art. 125g Sv. 's Hofs oordelen zijn toereikend gemotiveerd. Ad 2. Stukken van geding houden niets in waaruit kan volgen dat op dit verzoek is beslist, zodat ervan moet worden uitgegaan dat dat niet is geschied. V.zv. middel klacht bevat dat Hof bij monde van voorzitter heeft toegezegd op bedoeld verzoek beslissing te geven kan het reeds bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden, nu p-v van tz. in h.b. zodanige toezegging niet inhoudt. V.zv. middel erover klaagt dat verzoek ten onrechte niet is gehonoreerd, althans dat op dat verzoek niet uitdrukkelijke beslissing is gegeven, miskent het dat wet niet voorziet in mogelijkheid tot wijziging van p-v dat, zoals te dezen m.b.t. p-v van eerdere tz. in h.b. klaarblijkelijk t.t.v. gedaan verzoek het geval was, ex art. 327 Sv is vastgesteld. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E. Prakken
- J.M.A. Loevendie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
