ECLI:NL:HR:1996:ZD0604
Hoge Raad · 17-12-1996 · zaaknummer 104.291
Inhoudsindicatie
Beroep op noodweer, poging tot doodslag door met een mes in de buik te steken. Aanranding van een "lijf" door de wederrechtelijke beperking van de bewegingsvrijheid. Het slachtoffer pakte verdachte bij de arm vast en wilde haar mee sleuren richting school, hetgeen verdachte uitdrukkelijk niet wilde, terwijl verdachte 2 à 3 keer heeft verzocht haar los te laten. 's Hofs oordeel dat onder deze omstandigheden (nog) geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf, geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Nu het slachtoffer zonder eigen recht verdachte in haar bewegingsvrijheid beperkte, terwijl verdachte dit uitdrukkelijk niet wilde en meermalen had verzocht haar los te laten, was op dat moment t.a.v. verdachte reeds sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding van haar lijf, zoals bedoeld in art. 41.1 Sr.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
