Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:1990:AD1139

Hoge Raad · 29-05-1990 · zaaknummer 86403

StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Medeplegen uitvoer hashish naar Duitsland, meermalen gepleegd (art. 3.A Opiumwet). 1. Geldigheid inleidende dagvaarding. Is tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig? 2. Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs. 3. Onttrekking aan het verkeer van diverse voorwerpen. 4. Kwalificatieklacht, art. 55.1 Sr. Ad 1. Op in CAG aangegeven grond moet worden aangenomen dat in tll. en bewezenverklaring voorkomende zinsnede ‘’namelijk Bondsrepubliek Duitsland’’ een kennelijke misslag bevat en dient te luiden ‘’namelijk naar Bondsrepubliek Duitsland’’. HR leest tll. en bewezenverklaring verbeterd. In zoverre mist middel feitelijke grondslag, terwijl middel voor het overige faalt op redenen vermeld in CAG. Ad 2. 's Hofs oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat gebezigde bewijsmiddelen het resultaat of rechtstreeks gevolg zijn van huiszoekingen dan wel van afluisteren van telefoongesprekken, is niet onbegrijpelijk en kan, als van feitelijke aard, in cassatie niet op zijn juistheid worden getoetst. Tot nadere motivering van dat oordeel, dat verwerping van verweer zelfstandig draagt, was hof niet gehouden. V.zv. middel erover klaagt dat aanhouding van verdachte onrechtmatig is geweest miskent het dat dergelijke klacht niet voor het eerst in cassatie kan worden opgeworpen. Klacht m.b.t. 's hofs oordeel omtrent plicht tot instellen van gerechtelijk vooronderzoek faalt reeds omdat het dienaangaande aangevoerde diende ter ondersteuning van verweer dat bewijs dat was verkregen o.g.v. huiszoekingen onrechtmatig is verkregen, omtrent welk verweer hof heeft overwogen en beslist zoals is weergegeven in arrest. Ad 3. Hof heeft in redelijkheid tot beslissing kunnen komen dat bedoelde goederen kunnen worden beschouwd als een de handel in softdrugs betreffende gezamenlijkheid van voorwerpen welke kunnen dienen tot begaan van soortgelijke misdrijven als t.l.v. verdachte bewezenverklaard, op grond waarvan ook gezegd kon worden dat die gezamenlijkheid van zodanige aard was dat ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met wet. Mede in aanmerking genomen art. 13a Opiumwet, dat dwingend voorschrijft dat middelen a.b.i. art. 3 Opiumwet hetzij worden verbeurd verklaard hetzij worden onttrokken aan het verkeer, kon hof (ook al heeft het in het midden gelaten de mogelijkheid dat inbeslagneming niet volgens regels van strafvordering heeft plaatsgevonden) onttrekking aan het verkeer van bedoelde gezamenlijkheid van voorwerpen gelasten. Beslissing m.b.t. last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen behoeft geen motivering. Ad 4. HR: Op redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Hof heeft gezien vermelding van art. 55.1 Sr als één van bepalingen waarop straf is gegrond, geoordeeld dat in b.m. weergegeven handelingen van verdachte en zijn mededaders tegelijkertijd opleverden medeplegen van uitvoer van hashish en medeplegen verkopen, afleveren, vervoeren en aanwezig hebben van hashish. Hof kon tot dat oordeel komen en vervolgens o.g.v. art. 55.1 Sr alleen zwaarste strafbepaling (art. 3.A Opiumwet) op bewezen verklaarde toepassen. Volgt verwerping. CAG: anders t.a.v. onttrekking aan het verkeer.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • Mr. C. Eenhoorn

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.