ECLI:NL:HR:1989:ZC8253
Hoge Raad · 24-10-1989 · zaaknummer 85.738
Inhoudsindicatie
Verduistering van geldbedragen, art. 321 Sr. Voldoende duidelijke feitelijke betekenis van de woorden “wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”? Art. 261 Sv. Hof heeft dagvaarding in navolging van Rb nietig verklaard, o.m. omdat op geen enkele wijze duidelijk is gemaakt, waarin het strafbare gedrag zou hebben bestaan. HR: Tll. voldoet aan vereisten van art. 261 Sv. Met name de daarin voorkomende woorden "wederrechtelijk zich heeft toegeëigend" hebben voldoende duidelijke feitelijke betekenis, te weten het zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester over eens anders goed beschikken. Volgt vernietiging en terugwijzing naar Rb.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- Mr. J.D. Meerburg
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
