ECLI:NL:HR:1985:AC9044
Hoge Raad · 18-10-1985 · zaaknummer 6922 rek.nr
Inhoudsindicatie
Huurrecht woonruimte. Opzegging door verhuurder wegens dringend nodig hebben voor eigen gebruik. Uit art. 7A:1623e lid 4 BW (thans art. 7:274 lid 5 sub a BW) vloeit voort dat de rechter zo nodig ambtshalve dient na te gaan of aan vergunningsvereiste van de Huisvestingswet is voldaan. Niet-ontvankelijkheid mag slechts worden uitgesproken nadat de verhuurder in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen, hetgeen ook nog in hoger beroep en cassatie kan plaatsvinden. Met een vergunning kan worden gelijkgesteld een schriftelijke verklaring van B&W dat zij bereid zijn een vergunning te verlenen. “Passende woonruimte” uit art. 7A:1623 e lid 1 aanhef en onder 3o BW (thans art. 7:274 lid 1 onder c). Ook een woonruimte die in grootte, ligging of anderszins een wezenlijk ander woongenot biedt dan het gehuurde, kan passend zijn.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- Mr. P.J.M. Schmidt
- Mr. P.S. Kamminga
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
