ECLI:NL:HR:1980:AC6787
Hoge Raad · 18-01-1980 · zaaknummer 11519
Inhoudsindicatie
Huurrecht. Definitie van “voordeel” in art. 1636 lid 1 BW (oud, thans art. 7:308 BW). Omvat “voordeel” meer dan opgebouwde goodwill? Het gaat om de vraag of de verhuurder in enigerlei opzicht voordeel geniet tengevolge van het feit dat het goed wordt gebezigd voor de uitoefening van een soortgelijk bedrijf als door de gewezen huurder werd uitgeoefend. Als zodanig komt in aanmerking ieder voordeel – mits toe te schrijven aan de ondernemersactiviteit van de gewezen huurder – dat de verhuurder niet zou hebben genoten als het goed niet voor de uitoefening van een soortgelijk bedrijf zou zijn gebezigd. Het bestaan van een dergelijk voordeel is niet onverenigbaar met het ontbreken van een extra winstcapaciteit over de laatste drie jaar van de huur.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.B.M. Vranken
- Mr. J.B.M. Vranken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
