ECLI:NL:HR:1969:AB4060
Hoge Raad · 07-10-1969 · zaaknummer 65031
Inhoudsindicatie
Poging tot opzettelijk onttrekken van auto aan het krachtens de wet daarop gelegde beslag door achter stuur van auto te blijven zitten, motor te starten en te schakelen nadat politieagenten beslag op auto hebben gelegd, omdat verdachte het trottoir als werkplaats voor auto gebruikte, art. 198.1 Sr. 1. Kan uit enkele mededeling van politieambtenaar dat auto in beslag is genomen worden afgeleid dat auto daadwerkelijk in beslag is genomen? 2. Verweer m.b.t. strafbaarheid van bewezenverklaarde. Is sprake van krachtens wet gelegd beslag? 3. Heeft bestanddeel “opzettelijk” ook betrekking op bestanddeel “krachtens de wet daarop gelegd beslag”? Ad 1. Hof heeft uit inhoud van de in verklaringen van hoofdagenten bedoelde mededelingen en bevelen kunnen afleiden dat zij waren overgegaan tot inbeslagneming van auto in de zin van art. 134 Sv. Ad 2. Hof kon aannemen dat uit de in bewijsmiddelen voorkomende en door hof als vaststaand aangenomen feiten en omstandigheden (inhoudende dat hoofdagenten hebben gezien dat verdachte op trottoir van openbare en voor publiek toegankelijke straat - onder achterbrug van auto liggend - aan auto reparaties verrichtte) t.a.v. verdachte een redelijk vermoeden voortvloeide van schuld aan overtreding van art. 224.1 jo. 6 APV Velsen, zodat agenten ingevolgde WvSv tot inbeslagneming van die auto bevoegd waren en door hen gelegd beslag een krachtens wet gelegd beslag a.b.i. art. 198 Sr was. Aan bestaan van zodanig redelijk vermoeden op tijdstip van inbeslagneming kan niet afdoen dat HR heeft beslist dat uit samenstel van art. 224 en 225 APV Velsen volgt dat aan verbodsbepaling van art. 224.1 APV Velsen niet een zo ruime betekenis kan worden toegekend, dat daaronder reeds zou vallen het louter verrichten van reparaties aan een op weg staand personenmotorrijtuig. Ad 3. HR ambtshalve: In art. 198.1 Sr beheerst woord ‘’opzettelijk’’ mede de daarop volgende woorden ‘’krachtens de wet daarop gelegd beslag’’. Dienovereenkomstig moet worden aangenomen dat in tll. en in bewezenverklaring het in aanhef daarvan voorkomende woord ‘’opzettelijk’’ mede betrekking heeft op later voorkomende woorden ‘’dit daarop krachtens de wet gelegde beslag’’. Uit gebezigde b.m. kan niet worden afgeleid dat opzet van verdachte mede gericht is geweest op omstandigheid dat op auto gelegd beslag een krachtens de wet gelegd beslag was, zodat 's hofs arrest niet in stand kan blijven. Volgt vernietiging en verwijzing. CAG: anders.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
