ECLI:NL:HR:1968:AB3494
Hoge Raad · 02-04-1968 · zaaknummer 64339
Inhoudsindicatie
OM-cassatie in ezelproces. Vrijspraak t.z.v. smalende Godslastering door als schrijver in tijdschriftartikel en boek God voor te stellen als een ezel, art. 147.1 Sr. Betekenis bestanddeel “smalende Godslasteringen” a.b.i. art. 147.1 Sr. Uit wetsgeschiedenis bij die bepaling blijkt dat term ‘’smalende’’ het subjectieve element (bedoeling van smalende het als reëel gestelde hoogste Opperwezen neer te halen) bevat. Term ‘’smalende’’ heeft dus niet slechts de functie een bepaalde vorm van zich op voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze uitlaten, te omschrijven. Om dezelfde reden wordt niet reeds door bepaling getroffen een auteur die bedoeling heeft zich te uiten in zodanige vorm dat anderen in hun godsdienstige gevoelens wel gekrenkt moeten worden. ’s Hofs overwegingen zijn aldus te verstaan dat niet is bewezen dat de in tll. vermelde passages smalend zijn bedoeld. Hof heeft, aldus oordelende, niet blijk gegeven van een onjuiste opvatting omtrent term ‘’smalende Godslasteringen’’. Evenmin blijkt van enige andere reden waarom gegeven vrijspraak niet zou kunnen worden aangemerkt als een zodanige waarop in art. 430.1 Sv wordt gedoeld. Requirant n-o.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
