ECLI:NL:HR:1953:229
Hoge Raad · 25-02-1953 · zaaknummer 11.201
Inhoudsindicatie
Hangt samen met zaaknummer 11.200 (ECLI:NL:HR:1953:AY3207). Niet geconcludeerd. Belastingplichtige heeft bij zijn aangifte vermeld dat deze op een bepaald punt - een aandeel in een nalatenschap en de opbrengst daarvan - op een schatting berust en dat de aangifte op dat punt zodra mogelijk zal worden aangevuld, terwijl de inspecteur de aanslag heeft opgelegd conform de aangifte. Indien vervolgens de inspecteur, nadat hem de juiste gegevens - leidende tot veel hogere dan de geschatte bedragen - zijn verschaft, navordert, kan de raad van beroep, gesteld voor de vraag of een nieuw feit al dan niet ontbreekt, niet volstaan met de vaststelling dat de inspecteur had moeten begrijpen dat de schatting te laag was, maar had de raad daarnaast moeten onderzoeken of de inspecteur zich van de waarschijnlijkheid van (zo grote) afwijkingen, als waarvan hier sprake is, bewust had moeten zijn, dan wel deze verschillen de grenzen, van hetgeen hij in redelijkheid had moeten verwachten, te buiten gingen. Mocht dit laatste het geval zijn, dan zouden de nadere gegevens in zoverre nieuwe feiten zijn, welke in zoverre navordering zouden wettigen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
