ECLI:NL:HR:1881:1
Hoge Raad · 14-03-1881 · zaaknummer 37
Inhoudsindicatie
Gekwalificeerde moord door minderjarige jongen mee te nemen, vast te binden en vervolgens met priem uit degenstok verschillende keren in zijn hart te steken, art. 295, 296, 297 en 302 Sr. Levenslange tuchthuisstraf opgelegd. Kwalificatieklacht moord, voorbedachte raad. Kon hof t.a.v. bewezenverklaarde feiten de bepalingen omtrent moord toepassen? Art. 297 Sr spreekt in het algemeen van “attenter à la personne”, waaronder niet uitsluitend daden tot levensberoving verstaan kunnen worden. Deze opvatting stemt geheel overeen met stelsel van “Code Pénal”. Voor moord wordt niet vereist het vooraf beraamde plan tot levensberoving. Art. 297 en 298 Sr volgen onmiddellijk op art. 296 Sr, waarin moord doodslag met voorbedachte raad wordt genoemd. Voor bestaan van voorbedachte raad (art. 297 Sr) is het voldoende wanneer van voornemen van plegen van aanslag op persoon blijkt. Voor aanwezig zijn van doodslag met voorbedachte raad is vereist dat beraamde en uitgevoerde handelingen de dood hebben veroorzaakt. In ’s hofs arrest is feitelijk aangenomen dat overlijden van aangevallen knaap het onmiddellijke en noodzakelijke gevolg is geweest van de door verdachte toegebrachte verwondingen. Deze beslissing beantwoordt geheel aan de als bewijsmiddel opgenomen bekentenis van verdachte. Deze bekentenis houdt in dat verdachte, toen de door hem gebonden jongeling zich verzette, schreeuwde en dreigde het aan zijn vader te zullen zeggen, verschrikt en angstig is geworden en in toestand van razernij is geraakt, waarin plan bij hem opkwam om knaap te doden, waarna hij knaap, die achterover en gebonden in de diepte voor hem lag, met priem uit meegenomen degenstok met verschillende steken in en bij het hart heeft getroffen. Dood van knaap is dus niet gevolg geweest van vooraf beraamd en uitgevoerd geweld (het binden). Gelet op deze feitelijke beslissingen, volgens welke dood van knaap niet gevolg is geweest van vooruit beraamd binden maar van latere verwonding, heeft hof aan bewezenverklaarde feiten in strijd met wet de kwalificatie van moord gegeven. Volgt vernietiging t.a.v. kwalificatie en opgelegde tuchthuisstraf. HR verklaart dat feiten gekwalificeerde moedwillige doodslag opleveren en veroordeelt verdachte tot tuchthuisstraf van 25 jaren. CAG: anders. Conclusie niet meer voorhanden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
