ECLI:NL:HR:1862:1
Hoge Raad · 11-02-1862 · zaaknummer nr. 6658
Inhoudsindicatie
Conclusie niet voorhanden. Pokkenbriefje. Als onderwijzer kinderen op school toelaten terwijl niet blijkt dat zij koepokinenting hebben ondergaan en daarvan geen melding maken, art. 130 en 131 APV Middelburg. Is APV-bepaling onverbindend, nu deze in strijd zou zijn met 1. art. 194 Grondwet jo. art. 4 Wet op lager onderwijs; 2. koninklijke besluiten tot bevordering van gebruik van koepokinenting jo. art. 151 Gemeentewet; en 3. art. 135 Gemeentewet? Ad 1. Weliswaar wordt volgens art. 194 Grondwet inrichting van openbaar onderwijs, met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen, geregeld door wet en is geven van onderwijs vrij, behoudens toezicht door overheid, het een en ander door wet te regelen. Die regeling is wat lager onderwijs betreft geschied bij Wet op lager onderwijs, die in art. 4 voorschrift in het belang van gezondheid van schoolkinderen bevat. Aangevoerd wordt dat, als wet een onderwerp van staats- en algemeen belang (niet van plaatselijk belang) moet regelen en heeft geregeld, gemeenteraad niet meer bevoegd zou zijn dat onderwerp weer te regelen of daaraan uitbreiding te geven. Door verordening (APV Middelburg) wordt echter geen inbreuk gemaakt op inrichting van openbaar onderwijs, noch op vrijheid van onderwijs, zoals dat bij Wet op lager onderwijs is geregeld. Art. 4 Wet op lager onderwijs is gezondheidsmaatregel t.b.v. schoolkinderen waarin voorschriften zijn opgenomen t.a.v. lokalen waarin onderwijs wordt gegeven. Dit sluit voorschrijven van andere gezondheidsmaatregelen door daartoe bevoegde macht volstrekt niet uit. Uit wetsgeschiedenis bij Wet op lager onderwijs blijkt dat wetgever onderwerp van koepokinenting m.b.t. scholen heeft willen overlaten aan Wet op medische politie en in afwachting daarvan, juist met het oog op art. 135 Gemeentewet, aan plaatselijke verordeningen. Zelfs als zou kunnen worden betwijfeld of verordening niet was getreden in hetgeen van algemeen rijksbelang is, dan nog blijft zij volgens art. 150 Gemeentewet verbindend, totdat zij door koning is geschorst of vernietigd. Uit afkondiging van verordening blijkt dat wel vernietiging daarvan door gedeputeerde staten aan koning is voorgedragen maar dat door deze geoordeeld is dat daarvoor geen redenen bestaan. Ad 2. Koninklijk besluit bevat verschillende bepalingen ter bevordering van meer algemeen gebruik van koepokinenting maar daaronder komt geen bepaling voor als die van verordening. Dit is echter niet in tegenspraak maar alleszins bestaanbaar daarmee. Zelfs als in art. 151 Gemeentewet het woord onderwerp in algemene zin moet worden opgevat en niet in beperkte zin t.a.v. elke bijzondere bepaling, zodat besluit en verordening geacht konden worden in hetzelfde onderwerp te voorzien, dan nog zou dit artikel i.c. toepassing missen, omdat dit alleen betrekking heeft op wetten van latere dagtekening dan deze verordening. Dit blijkt uit daarbij gebezigde tegenwoordige tijd en uit aangewezen gevolg, dat plaatselijke verordeningen alsdan van rechtswege ophouden te gelden, terwijl wat vroegere wetten betreft rechter alleen bij stellige tegenstrijdigheid daarmee verordening buiten toepassing zou moeten laten. Ad 3. Dat verordening in strijd zou zijn met art. 135 Gemeentewet wordt gegrond op omstandigheid dat zij onvoldoende zou zijn voor wering van kinderziekte door koepokinenting en die inenting alsdan algemeen verplichtend moest zijn gesteld. Dit mag echter wat innerlijke waarde van verordening betreft volgens art. 11 Algemene Bepalingen van Wetgeving in geen geval door rechter worden beoordeeld. Al hetgeen verder is aangevoerd m.b.t. betoog dat verordening strijdig is met algemeen belang, kan i.c. niet kan worden onderzocht, omdat oordeel daarover ex art. 150 en 153 Gemeentewet niet aan rechterlijke macht maar alleen aan koning is opgedragen. Volgt verwerping.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
