ECLI:NL:GHSHE:2026:253
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 04-02-2026 · zaaknummer 200.364.376_01
Inhoudsindicatie
De wrakingskamer verklaart het hoger beroep tegen de beslissing van de wrakingskamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant kennelijk niet-ontvankelijk. Namens verzoeker is aangevoerd dat de wrakingskamer van het hof het door de rechtbank opgelegde rechtsmiddelenverbod non-existent moet verklaren. De wrakingskamer begrijpt dit als een beroep op een doorbreking van het rechtsmiddelenverbod. In het arrest van 21 juni 2024 is de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2024:918) in een civiele procedure teruggekomen op de eerdere rechtspraak dat het rechtsmiddelenverbod tegen een wrakingsbeslissing kan worden doorbroken indien wordt aangevoerd dat de rechter de regeling met betrekking tot de wraking ten onrechte niet heeft toegepast, of buiten het toepassingsgebied ervan is getreden, dan wel zodanige essentiële vormen niet in acht heeft genomen dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van het verzoek tot wraking niet kan worden gesproken (hierna: de doorbrekingsleer). Naar het oordeel van de wrakingskamer gelden de overwegingen van de Hoge Raad om terug te komen op de doorbrekingsleer onverkort bij een wraking op grond van artikel 8:15 van de Awb. De wrakingskamer zal dan ook niet toetsen aan de doorbrekingsleer en vasthouden aan het bepaalde in artikel 8:18, zesde lid, van de Awb.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
