ECLI:NL:GHSHE:2026:1002
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16-04-2026 · zaaknummer 20-002005-23 (OWV)
Inhoudsindicatie
Ontnemingsbedrag vastgesteld op ruim 5 miljoen euro met hoofdelijke verplichting tot betaling. Anders dan de verdediging is het hof van oordeel dat artikel 74 van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) geen belemmering voor de oplegging van een ontnemingsmaatregel vormt, nu het in het onderhavige geval gaat om wederrechtelijk verkregen voordeel dat is behaald als gevolg van het gebruik van een aan de belastingheffing onttrokken vermogensbestanddeel, hetgeen tot een vermogensvermeerdering heeft geleid. De aan de vennootschapsbelastingheffing onttrokken gelden zijn zoals hiervoor overwogen gebruikt om via [verdachte rechtspersoon 2] en [verdachte rechtspersoon 1] financieringen te verstrekken en hebben dus kunnen renderen met als gevolg dat het totaal opgebouwde vermogen van € 46 miljoen in 2017 deels bestond uit rendement (vervolgprofijt) van de aan de vennootschapsbelastingheffing onttrokken gelden. Dit vervolgprofijt kan naar het oordeel van het hof als wederrechtelijk verkregen voordeel worden aangemerkt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
