ECLI:NL:GHSHE:2025:74
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15-01-2025 · zaaknummer 22/148
Inhoudsindicatie
WOZ, immateriële schadevergoeding. De heffingsambtenaar heeft naar het oordeel van het hof aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar artikel 40 Wet WOZ heeft geschonden, omdat de heffingsambtenaar pas in de beroepsprocedure de grondstaffel heeft overgelegd. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van de bevoegdheid om een proceskostenvergoeding toe te kennen voor de schending van artikel 40 Wet WOZ gebruik te maken, omdat het hof aannemelijk acht dat het gebrek aan informatievoorziening door de heffingsambtenaar niet van doorslaggevende betekenis is geweest om beroep in te stellen. Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding van immateriële schade. Het hof heeft op dit punt prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de vragen op 27 september 2024 beantwoord. De door de heffingsambtenaar verdedigde standpunten om geen of een lagere schadevergoeding dienen op basis van deze uitspraak verworpen te worden. Het hof stelt de vergoeding van immateriële schade vast op € 1.500, oordeelt dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van het griffierecht en kent een proceskostenvergoeding van één punt toe met wegingsfactor 0,25.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
