ECLI:NL:GHSHE:2023:765
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 02-03-2023 · zaaknummer 000156-23
Inhoudsindicatie
Het bepaalde in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering vraagt van de rechter in raadkamer een inschatting te maken van de duur van de uiteindelijk aan verdachte op te leggen straf of maatregel. Indien een beroep wordt gedaan op noodweer(exces) wordt van de rechter gevraagd aan de hand van het dossier te bepalen of er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de rechter, later inhoudelijk oordelend, tot de conclusie komt dat er sprake is van noodweer(exces). Of er sprake is van noodweer(exces) is van veel factoren afhankelijk waarbij onder meer de vraag dient te worden beantwoord of voldaan is aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Een dergelijke afweging vereist een zorgvuldige waardering van de feiten en omstandigheden, alsmede van de diverse verklaringen van verdachte(n) en aangever(s) alsmede van een of meer andere getuigen. Bijzondere omstandigheden daargelaten is in raadkamer onvoldoende ruimte voor een dergelijke afweging. Slechts wanneer sprake is van een evidente noodweersituatie kan de rechter in raadkamer tot een overigens voorlopig oordeel komen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
