ECLI:NL:GHSHE:2022:4471
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-12-2022 · zaaknummer 20/00535 tot en met 20/00542
Inhoudsindicatie
Dividendbelasting. Verwijzing naar het Hof van Justitie (het HvJ) voor het stellen van een prejudiciële vraag. Een in het VK gevestigde (beleggings)vennootschap ontvangt dividenden op aandelen in Nederlandse (beurs)vennootschappen. Tegenover beleggingsresultaten die deze vennootschap behaalt, staan verplichtingen uit contracten met cliënten van die vennootschap. Als de vennootschap positieve beleggingsresultaten behaalt, nemen haar verplichtingen tegenover cliënten met ongeveer hetzelfde bedrag toe. Het hof is van oordeel dat belanghebbende opbrengstgerechtigde en uiteindelijk gerechtigde is. Bovendien is belanghebbende niet vergelijkbaar met een in Nederland subjectief vrijgesteld pensioenlichaam dat recht heeft op teruggaaf van dividendbelasting. Het hof ziet zich vervolgens geconfronteerd met de vraag hoe moet worden beoordeeld welke kosten, als rechtstreeks verband houdend met dividenden, in aanmerking moeten worden genomen bij de vergelijking van een niet-ingezeten belastingplichtige met een ingezeten belastingplichtige. Gelet op de rechtspraak van het HvJ (en met name gelet op Société Générale en College Pension Plan of British Columbia) kan niet eenduidig worden bepaald aan de hand van welke rechtskundige maatstaf die vraag moet worden beantwoord. Het hof stelt daarom, na een bespreking van de bestaande Europeesrechtelijke jurisprudentie, de volgende vraag: Verzet artikel 63, lid 1, VWEU zich tegen een wettelijke regeling als de onderhavige, volgens welke dividenduitkeringen door in Nederland gevestigde (beurs)vennootschappen aan een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap, die ter dekking van toekomstige betalingsverplichtingen onder andere in aandelen in die (beurs)vennootschappen heeft belegd, zijn onderworpen aan een bronbelasting naar een tarief van 15% over het brutobedrag van die dividenduitkeringen, terwijl de belastingdruk op dividenduitkeringen aan een in Nederland gevestigde vennootschap in overigens gelijke omstandigheden nihil zou bedragen, omdat bij de berekening van de belastinggrondslag voor de winstbelasting waaraan die laatstbedoelde vennootschap zou zijn onderworpen rekening wordt gehouden met de kosten die worden opgeroepen door een toename van de toekomstige betalingsverplichtingen van de vennootschap, welke toename vrijwel geheel correspondeert met een (positieve) wijziging in de waarde van de beleggingen, ook al leidt de ontvangst van dividend als zodanig niet tot een wijziging in de waarde van die verplichtingen?
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
