ECLI:NL:GHSHE:2022:3535
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-10-2022 · zaaknummer 200.294.173_01
Inhoudsindicatie
Artikel 6:212 BW. Geen subsidiair karakter van vordering uit ongerechtvaardigde verrijking. Onder de omstandigheden van dit geval kan de eiser een vordering uit ongerechtvaardigde verrijking instellen tegen de twee gedaagden, hoewel de eiser ter zake dezelfde kwestie ook een vordering op een andere grondslag tegen een andere partij had kunnen instellen. Vergelijk onder meer HR 27 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7249.
Advocaten
- I.B.N. Keizer
- J.K.B. van Daalen
- M.G.W.M. Stienissen
- M.W. Renzen
- T.A. Vermeulen
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
