ECLI:NL:GHSHE:2022:3146
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 13-09-2022 · zaaknummer 200.298.432_01
Inhoudsindicatie
De door de kantonrechter gewezen “beschikking” moet worden opgevat als een vonnis omdat de vorderingen die partijen hebben ingesteld, gebaseerd zijn op artikel 7:267 lid 7 BW en de kantonrechter kennelijk heeft beoogd om op de voet van artikel 69 Rv “de wissel om te zetten” en de procedure voort te zetten als dagvaardingsprocedure. Daarbij kan in het midden blijven of die dagvaardingsprocedure was gebaseerd op artikel 96 Rv (zijnde een dagvaardingsprocedure) of rechtstreeks op artikel 7:267 lid 7 BW. Uit laatstgemeld artikellid blijkt dat de beslissing in een vonnis had moeten worden neergelegd. Het hof van de gewezen “beschikking” daarom op als een vonnis. Het hoger beroep is dus terecht bij dagvaarding aanhangig gemaakt. Het hof verricht vervolgens de belangenafweging die noodzakelijk is bij vorderingen als bedoeld in artikel 7:267 lid 7 BW en komt tot hetzelfde eindoordeel als de kantonrechter over de vraag welk van beide medehuurders het huurrecht van de woning mag voortzetten.
Advocaten
- C.G.A. Mattheussens
- F.H.M. van Oorschot
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
