ECLI:NL:GHSHE:2020:960
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24-02-2020 · zaaknummer 200.268.305_02
Inhoudsindicatie
Verzoekster beroept zich op de (schijn van) objectieve partijdigheid. Geen sprake van uitzonderlijke omstandigheid die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Dat de raadsheer haar mening over de zaak reeds had gevormd, die mening ook naar partijen heeft geventileerd zonder kennis te nemen van het standpunt van partijen en van de omvang van de rechtsstrijd en bovendien die mening een gezochte en juridisch onjuiste doelredenering bevat is niet gebleken. Daarnaast is niet komen vast te staan dat de raadsheer een ongeoorloofde sturing heeft gegeven aan het partijdebat en daarmee buiten de rechtsstrijd is getreden.
Rechters
Advocaten
- I. van Velzen
- J.T. Suijdendorp
- L.C. Dufour
- W.A.M. Rupert
- Y.L.L.A.M. Delfos-Roy
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
[appellante]
appellante · onbekend
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
