ECLI:NL:GHSHE:2020:596
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-02-2020 · zaaknummer 200.252.995_01
Inhoudsindicatie
Een partij mag in beginsel degene met wie deze partij tot zaken is gekomen als wederpartij beschouwen, tenzij duidelijk is dat de wederpartij niet zichzelf maar een ander heeft willen binden. Deze regel brengt mee dat degene die stelt dat hijzelf namens een ander heeft gehandeld, in geval van twijfel van die stelling de bewijslast draagt als de wederpartij die stelling betwist. Dat laatste is hier het geval. Het (bevrijdend) verweer van de partij stelt het hof voor de vraag in welke hoedanigheid die partij jegens zijn wederpartij (de notaris) heeft gehandeld. Beslissend voor de beantwoording daarvan is wat de notaris en de partij jegens elkaar hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars gedragingen mochten afleiden. Het gaat daarbij niet alleen om verklaringen en gedragingen tijdens de contacten over de afzonderlijke opdrachtverstrekkingen zelf tussen de notaris en de partij, maar ook om verklaringen en/of gedragingen daarna. Het hof neemt bij de beoordeling onder andere een redelijk bekwaam en redelijk handelend notaris in aanmerking.
Advocaten
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
[notariskantoor]
appellante · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
