ECLI:NL:GHSHE:2020:456
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17-01-2020 · zaaknummer 20-003031-18
Inhoudsindicatie
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 ten laste gelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en het onder feit 2 ten laste gelegde voorhanden hebben van een wapen, te weten een alarmpistool, heeft begaan. De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 ontslag van alle rechtsvervolging bepleit door een beroep te doen op noodweer dan wel noodweerexces. De verdachte is door zijn dochter in paniek gebeld dat personen dreigden de oren en armen van haar vriend af te snijden. Daarop is de verdachte in paniek naar de woning van zijn dochter en schoonzoon gereden. De verdachte heeft gedreigd met het alarmpistool met als doel om de dreiging jegens de schoonzoon te beëindigen. De onderhavige casus is vergelijkbaar met de casus van het Bijlmer handtasje arrest, aldus de verdediging. Naar het oordeel van het hof is er geen sprake geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding, noch van een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding jegens verdachte zelf of anderen. Op het moment dat de verdachte het alarmpistool in zijn hand heeft en daarmee heeft gedreigd en/of geschoten, kunnen de gedragingen van de personen die zich op straat bevonden naar uiterlijke verschijningsvormen niet worden aangemerkt als een dergelijke aanranding, of een onmiddellijk dreigend gevaar voor aanranding. Het hof wijst erop dat de schoonzoon uit eigen beweging de personen aan zijn deur te woord heeft gestaan, vervolgens zelf van de woning is meegelopen om het geschil te beslechten en ook niet anderszins is gebleken dat de feiten en omstandigheden zodanig bedreigend waren voor zijn schoonzoon en/of dochter dat deze kunnen worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van art. 41 Sr. Nu hof heeft vastgesteld dat er geen sprake is geweest van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding of een onmiddellijk gevaar daarvoor, komt de verdachte een beroep op noodweer en noodweerexces niet toe. Het hof verwerpt het verweer van de verdediging in al zijn onderdelen en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
