ECLI:NL:GHSHE:2020:3896
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31-12-2020 · zaaknummer 19/00109
Inhoudsindicatie
Het hof gaat er bewijsrechtelijk van uit dat de bestuurder van belanghebbende geen weet had (i) van de betaling van het geldbedrag van € 19.500.000 van de bankrekening van de Belastingdienst op de bankrekening van belanghebbende, (ii) van de totstandkoming van de daaraan ten grondslag liggende verminderingsbeschikking en (iii) van de doorbetaling van nagenoeg het gehele geldbedrag op de Turkse bankrekening van derden. De gedragingen van de schoonzus van de bestuurder, tevens werknemer van belanghebbende, kunnen naar het oordeel van het hof in redelijkheid niet worden aangemerkt als gedragingen van belanghebbende. Het handelen en de wetenschap van de frauderende belastingambtenaar moeten aan de inspecteur worden toegerekend. Onder deze omstandigheden verzetten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur zich ertegen dat de onterecht verleende vermindering van belanghebbende wordt nagevorderd. De inspecteur wordt veroordeeld in de werkelijke kosten van het geding.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
