ECLI:NL:GHSHE:2020:231
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24-01-2020 · zaaknummer 19/00080 en 19/00081
Inhoudsindicatie
Belanghebbende en haar echtgenoot kwalificeren als fiscale partners in de zin van de Wet IB 2001. In de aangifte IB heeft belanghebbende ten onrechte aangegeven dat zij aanspraak kan maken op uitbetaling van de algemene heffingskorting. De algemene heffingskorting is vervolgens op voorlopige aanslag uitbetaald. Bij de definitieve aanslag is de toegekende algemene heffingskorting teruggenomen, omdat de echtgenoot onvoldoende inkomensheffing was verschuldigd om daarvoor in aanmerking te komen. Het hof ziet – evenals de rechtbank – geen mogelijkheid om aan belanghebbende de algemene heffingskorting toe te kennen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, omdat bij het vaststellen van de voorlopige aanslag geen sprake was van een bewuste standpuntbepaling en belanghebbende zelf in de aangifte heeft aangegeven aanspraak te kunnen maken op uitbetaling van de heffingskorting. Hoger beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
