ECLI:NL:GHSHE:2020:1702
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 02-06-2020 · zaaknummer 200.262.015_01
Inhoudsindicatie
Huurder van kantoorruimte beroept zich rechtsgeldig op opschorting van zijn verplichtingen tot betaling van huur op grond van artikel 6:37 BW, omdat naast de verhuurder van de kantoorruimte ook de Vereniging van Eigenaren van het kantoorgebouw, en de bank (op grond van een pandrecht) aanspraak maken op betaling van de huur, en voor de huurder niet duidelijk is aan wie hij moet betalen. Vervolgens wordt (het appartementsrecht ter zake) de kantoorruimte verkocht aan een nieuwe eigenaar, die een vruchtgebruik vestigt ten gunste van een derde die daardoor in beginsel recht krijgt op de huurbetalingen. Is in de gegeven omstandigheden het recht van de huurder om de betaling van huur op te schorten, op enig moment geëindigd? Voorts geschil over de vraag welke huurovereenkomst de verhouding tussen partijen beheerst.
Advocaten
- B.M.M. Hepkema
- I.B.N. Keizer
- J.P. de Haan
- M.E.V. Boersma
- P.S. Kamminga
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
