ECLI:NL:GHSHE:2020:136
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16-01-2020 · zaaknummer 19/00226
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft optierechten gekregen die onvoorwaardelijk in 2004 zijn toegekend. De werkgever heeft daarover loonheffing ingehouden en afgedragen. Begin 2005 is een arbeidsconflict ontstaan en is de arbeidsovereenkomst medio 2005 ontbonden. De werkgever heeft niet willen meewerken aan uitoefening van de opties. In een civiele procedure is de werkgever veroordeeld tot vergoeding van een bedrag in verband met de uitoefening van de opties. Dit bedrag is in 2012 voldaan. Het Hof oordeelt dat het voordeel in 2012 is belast op grond van artikel 10a, lid 3, Wet LB (tekst 2004). Het voordeel is niet in een eerder jaar genoten. Gelet op de weigerachtige houding van de werkgever was het voordeel niet inbaar in een eerder jaar.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
