ECLI:NL:GHSHE:2019:2805
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25-06-2019 · zaaknummer K19/200003
Inhoudsindicatie
Het klaagschrift is gericht tegen de beslissing van het openbaar ministerie om beklaagden niet te vervolgen ter zake van poging tot oplichting en valsheid in geschrifte. Denkbaar en het meest voor de hand liggend is dat – als eerste stap -, voor zover daarvoor daartoe naar het oordeel van klagers aanleiding bestaat en voor zover dat inmiddels niet al is gebeurd, die vordering door of namens klagers jegens de indiener(s) van de vordering gemotiveerd wordt betwist. Als, al dan niet na een buitengerechtelijke uitwisseling van standpunten, geen overeenstemming tussen partijen over (de omvang van) de vordering zal zijn bereikt, ligt het voor de hand dat de meest gerede partij het geschil aan de civiele rechter zal voorleggen. Deze zal, na conclusiewisseling, comparitie(s) van partijen, getuigenverhoren en/of deskundigenonderzoek, zijn/haar oordeel geven over het bestaan en de omvang van de vordering. Het hof oordeelt dat de zojuist beschreven procedure thans de enige aangewezen weg is om definitieve duidelijkheid over meergenoemde vordering te verkrijgen. Het hof ziet thans dan ook geen rol weggelegd voor de officier van justitie om tot strafrechtelijke vervolging van beklaagde(n) over te gaan. Die vervolging wordt dan ook niet opportuun geacht.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
