ECLI:NL:GHSHE:2019:1968
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 16-05-2019 · zaaknummer 20-000000-00
Inhoudsindicatie
Verzoekschrift opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis. Verdachte heeft door de rechtbank tbs met verpleging opgelegd gekregen ter zake brandstichtingen, vernielingen en mishandeling. Verdachte is ontslagen van alle rechtsvervolging. De duur van de voorlopige hechtenis van verdachte is eerder door het hof verlengd. Daaraan is ex artikel 5, eerste lid onder a EVRM mede het veroordelend vonnis ten grondslag gelegd. De raadsman heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een veroordeling als bedoeld artikel 5, eerste lid onder a EVRM. De vrijheidsbeneming zou dan ex artikel 5, eerste lid onder e EVRM moeten worden beoordeeld. Volgens de raadsman betekent dit dat de vrijheidsbeneming slechts kan voortduren als er sprake is van een geestesstoornis. Daarvan zou volgens de raadsman geen sprake zijn. Het hof overweegt dat de vrijheidsbeneming van verdachte momenteel onder de titel van de voorlopige hechtenis plaatsvindt. Het hof overweegt tevens dat er wel sprake is van een ‘conviction’ als bedoeld in artikel 5, eerste lid onder a EVRM. De aan verdachte verweten feiten zijn door de rechtbank bewezen verklaard en aan verdachte is een maatregel opgelegd die vrijheidsberoving impliceert. Naar het oordeel van het hof is volgens rechtspraak van het EHRM ook sprake van detentie in de zin van artikel 5, eerste lid onder a EVRM wanneer iemand schuldig is bevonden aan een of meer strafbare feiten, in de zin van het gedaan hebben, waarbij aan betrokkene een maatregel tot plaatsing in een instelling voor verpleging van ter beschikking gestelden is opgelegd. Het hof ziet geen reden om de voorlopige hechtenis op te heffen. Voor wat betreft schorsing van de voorlopige hechtenis is het hof er geenszins van overtuigd dat er sprake is van een reëel alternatief voor voorlopige hechtenis. Het bevel voorlopige hechtenis is mede gebaseerd op het gevaar voor herhaling. De rechtbank heeft uitgebreid aandacht besteed aan het verleden van verdachte als het gaat om klinische opname en gebruik van medicatie. Dat heeft, zo leidt het hof af, mede geleid tot de oplegging van de maatregel van tbs met verpleging. Ook gelet op hetgeen overigens is aangevoerd, is het hof van oordeel dat het belang dat de samenleving heeft bij voortzetting van de voorlopige hechtenis, zwaarder dient te wegen dan het persoonlijk belang van verzoeker. Het hof wijst het schorsingsverzoek af.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
