ECLI:NL:GHSHE:2019:1808
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-05-2019 · zaaknummer 200.257.497_01
Inhoudsindicatie
Vordering van de Staat tot opheffing van civielrechtelijk bewijsbeslag dat onder de Staat is gelegd door advocaten in verband met aanwijzingen dat hun verschoningsrecht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek tegen hun cliënten is geschonden. In artikel 705 Rv neergelegde toetsingsmaatstaf voor beoordeling van de vordering tot opheffing van het bewijsbeslag. Wordt met het bewijsbeslag het strafrechtelijke traject op ontoelaatbare wijze doorkruist? Is de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk of het beslag onnodig? Bij in reconventie ingestelde inzagevordering onvoldoende spoedeisend belang. Vervolg op hof ’s-Hertogenbosch 25-4-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1545. Hoger beroep van vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 29 maart 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:1783.
Advocaten
Partijen
[geïntimeerde]
geïntimeerde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
