ECLI:NL:GHSHE:2018:5189
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 11-12-2018 · zaaknummer 20-003395-15
Inhoudsindicatie
Op grond van de bewijsmiddelen stelt het hof vast dat de verdachte op 24 december 2013 over de binnen de bebouwde kom gelegen Sint Joosterweg heeft gereden met een veel hogere dan de toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Die snelheid bedroeg ten minste 90,9 kilometer per uur. Bovendien bevonden zich aan weerszijden van de rijbaan respectievelijk een fietspad en een voor fietsers bestemde ventweg en naderde de verdachte een fietsersoversteekplaats. Verdachte was ter plaatse bekend. Ook op dat tijdstip –kort na sluiting van de plaatselijke horecagelegenheden – mocht van de verdachte verwacht worden dat hij rekening hield met de aanwezigheid van fietsers. Dat had voor hem reden temeer moeten zijn om zich aan de ter plaatse geldende maximumsnelheid te houden. Uit de vermijdbaarheidsberekening zoals opgenomen als bijlage bij de VerkeersOngevallenAnalyse volgt dat het ongeval in geen geval zou hebben plaatsgevonden indien de verdachte niet harder zou hebben gereden dan de ter plaatse geldende maximumsnelheid. Nu aldus van de verdachte kon, maar van hem als ter plaatse bekende, ervaren taxichauffeur bovendien mocht worden verwacht dat hij anders zou hebben gehandeld, acht het hof verdachtes aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig handelen tevens verwijtbaar. De omstandigheid dat het slachtoffer in de bewuste nacht in strijd met de verkeersregels over de hoofdrijbaan van de Sint Joosterweg fietste, maakt dat naar het oordeel van het hof niet anders. In het proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse is vastgesteld dat de aanrijding niet had plaatsgevonden als de verdachte zich aan de ter plaatse geldende maximumsnelheid had gehouden. Concluderend heeft het hof op grond van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat door verdachtes aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend handelen een verkeersongeval is ontstaan, ten gevolge waarvan het slachtoffer is komen te overlijden. Dit is aan verdachtes schuld te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, zodat het hof komt tot een bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
