ECLI:NL:GHSHE:2018:372
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 01-02-2018 · zaaknummer 11/00358
Inhoudsindicatie
In december 1998 en in 1999 zijn 28 werknemers bij indiensttreding bij belanghebbende in hun arbeidsovereenkomst in de gelegenheid gesteld aandelen in belanghebbende te verwerven tegen een direct vastgestelde prijs. Het Hof kwalificeert de rechten als optierechten in de zin van artikel 10a, lid 3, Wet LB (tekst van 26 juni 1998 tot 28 december 2000). In het jaar 1999 wordt besloten tot een beursgang van het concern waarvan belanghebbende deel uit maakt. In dat kader zijn de optierechten afgewikkeld. Bij notariële akte van 31 januari 2000 zijn de optierechten uitgeoefend en verkocht en leverde belanghebbende de overeengekomen aandelen aan de 28 werknemers. Per gelijke datum is door de notaris een tweede akte verleden inhoudende de verkoop van de aandelen aan de moedervennootschap. De betaling van de vergoeding werd (rentedragend) schuldig gebleven; de betaling vond uiteindelijk plaats op 13 december 2001. In totaal is aan de werknemers ƒ 1.331.990 betaald. Met betrekking tot de optierechten is, naar het oordeel van het Hof ten onrechte, bij het aangaan van de arbeidsovereenkomsten op de voet van artikel 15 Uitv.reg. LB de waarde niet vastgesteld, noch is bij de koop en verkoop van de aandelen, noch bij de betaling van het op de voet van artikel 10a Wet LB genoten voordeel in de aangifte loonbelasting van belanghebbende over het betreffende tijdvak vermeld. De vergoedingen zijn tegen nominale waarde belast op het tijdstip dat deze rentedragend zijn geworden, derhalve in januari 2000. Naar aanleiding van een belastingcontrole heft de Inspecteur in 2004 loonbelasting na met een boete van 50%. De Rechtbank heeft de nageheven loonbelasting in stand gelaten, doch de boetebeschikking vernietigd. Het Hof onderschrijft dit oordeel. De stelling van de Inspecteur dat, gelet op de dubbele rol van de belastingadviseur van het concern die tevens bestuurder was van een tot het concern behorende Stichting Certificering, alle activiteiten van de adviseur dienen te worden toegerekend aan het concern, wordt in het onderhavige geval verworpen. Wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt een immateriële schadevergoeding toegekend.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
