ECLI:NL:GHSHE:2018:2332
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 05-06-2018 · zaaknummer 20-003506-17
Inhoudsindicatie
Het hof is van oordeel dat de inleidende dagvaarding wat betreft het onder 3 ten laste gelegde nietig dient te worden verklaard, omdat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is en derhalve niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Immers, aan verdachte is onder 3 - kort gezegd - een poging tot diefstal in vereniging door middel van valse sleutels ten laste gelegd, terwijl er aan hem niet één of meer uitvoeringshandelingen ten laste zijn gelegd, hetgeen wel vereist is. Ten laste van verdachte is door het hof bewezen verklaard dat hij zich op 25 februari 2017 te Best samen met twee medeverdachten schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld, afpersing en een wederrechtelijke vrijheidsberoving. Verdachte wordt ter zake daarvan veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren en 6 maanden, met aftrek van voorarrest. Door het hof is bij het bepalen van de op te leggen straf onder meer rekening gehouden met de strafverzwarende omstandigheden dat verdachte het initiatief tot het plegen van de bewezen verklaarde feiten heeft genomen door een medeverdachte hiervoor te benaderen, dat hij de persoon was die het slachtoffer, toen zij alleen waren en het slachtoffer vastgetaped op de grond lag, meermalen hardhandig tegen het hoofd heeft getrapt en geschopt en hij het slachtoffer uiteindelijk vastgetaped en hulpeloos heeft achtergelaten in een verlaten parkeergarage.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
