ECLI:NL:GHSHE:2017:5584
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-12-2017 · zaaknummer 16/03581
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is in gemeenschap van goederen gehuwd. Bij echtscheidingsconvenant, waaruit is af te leiden dat partijen bedoeld hebben de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (WVPS) te willen toepassen, van 12 november 2009 is de huwelijksgemeenschap en het pensioenvermogen verdeeld. Tot de huwelijksgemeenschap hebben, voor zover van belang, de echtelijke woning en een lijfrentepolis behoord. Op 18 januari 2010 is de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Met de Inspecteur is het Hof van oordeel dat de pensioenrechten alsmede het lijfrenterecht op grond van artikel 3:102, lid 3, van de Wet IB bij belanghebbende zijn belast. Het Hof stelt vast dat belanghebbende en haar ex-echtgenoot niet hebben afgezien van de toepassing van de WVPS, maar desondanks zijn overgegaan tot pensioenverrekening, waarbij belanghebbende een deel van haar pensioenaanspraken heeft afgestaan in ruil voor het aan haar toebedelen van het woonhuis. Anders dan belanghebbende is het Hof van oordeel dat de Inspecteur in het juiste jaar heeft geheven. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Het gelijk is aan de Inspecteur.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
