Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2017:5578

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14-12-2017 · zaaknummer 16/00107

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 15-12-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Art. 3:3 Algemene wet bestuursrecht. Art. 113 Grondwet. Art. 1 Waterschapswet. Art. 3.4 Waterwet. Het oppervlaktewater in een gebied is doorgaans brak en derhalve niet geschikt voor vee drenking en niet of nauwelijks geschikt voor beregening van gewassen. Een belangenorganisatie heeft onder haar leden en niet-leden een draagvlakpeiling uitgevoerd ten einde na te gaan of er bereidheid was voor de aanvoer van zoetwater en de instandhouding van de zoetwatervoorziening een heffing te betalen. De uitkomst van de draagvlakpeiling was voor de belangenorganisatie aanleiding om het Waterschap te verzoeken de zoetwatervoorziening in het gebied verder uit te werken en daarvoor een heffingssysteem, een beprijzingssysteem voor de aanvoer van zoetwater in de vorm een belastingverordening, te realiseren. De uitgangspunten voor verdere uitwerking zijn vastgelegd in een overeenkomst van d.d. 17 mei 2013 tussen het Waterschap en de belangenorganisatie. Het Waterschap heeft gehoor gegeven aan het verzoek van de belangenorganisatie en heeft een Retributieverordening zoetwatervoorziening vastgesteld. Het Hof is van oordeel, dat het Waterschap de bevoegdheid tot het heffen van onderwerpelijke gebruiksretributie niet heeft gebruikt ter behartiging van zijn publiekrechtelijke taak, maar in het kader van een privaatrechtelijke dienstverlening ten behoeve van de (leden van de) belangenorganisatie en/of een specifieke groep gebruikers (landbouwers) in het gebied. Door aldus haar publiekrechtelijke bevoegdheid tot het heffen van de onderwerpelijke gebruiksretributie aan te wenden voor een privaatrechtelijke dienstverlening heeft het Waterschap haar bevoegdheid tot het heffen van de gebruiksretributie gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze bevoegdheid is gegeven. De Verordening komt in zoverre in strijd met het verbod op détournement de pouvoir, zoals vastgelegd in artikel 3:3 Awb. Het Hof laat de Verordening daarom jegens belanghebbende als onverbindend buiten toepassing.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.