ECLI:NL:GHSHE:2017:4264
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 05-10-2017 · zaaknummer 200.205.595_01
Inhoudsindicatie
Begeleide omgangsregeling tussen vader en kinderen. Ontvankelijkheid: De bestreden beschikking bestaat uit een gedeeltelijke eindbeschikking (deelbeschikking) en een tussenbeschikking. De rechtbank heeft bepaald dat de vader en de kinderen gerechtigd zijn tot begeleide omgang met elkaar in het kader van de Intensieve Omgangs-begeleiding, waarbij de verdere invulling zal geschieden in nader overleg tussen partijen en Juzt, in haar hoedanigheid van uitvoerster van voornoemd project. Deze beslissing is - naar het oordeel van het hof - aan te merken als een deelbeschikking, nu daarin op het verzoek van de moeder om de vader omgang c.q. zorg te ontzeggen, is bepaald dat er begeleide omgang zal zijn en die omgang, eenmaal tenuitvoergelegd, wat zijn gevolgen betreft, niet meer ongedaan kan worden gemaakt. De rechtbank heeft iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling en het gezag aangehouden, welke beslissing - naar het oordeel van het hof - is aan te merken als een tussenbeschikking. Gelet op het onherroepelijk karakter van de beslissing inhoudende een voorlopige (begeleide) omgangsregeling staat er tegen deze deelbeschikking hoger beroep open (vgl. Hoge Raad 23 november 2007, NJ 2007, 623). De moeder is derhalve ontvankelijk in haar hoger beroep. De grieven van de moeder zijn gericht tegen het eindbeschikkingsdeel. Daarmee is alleen het eindbeschikkingsdeel aan het hof voorgelegd ten gevolge waarvan het ter zitting gedane verzoek van de vader om de zaak volledig (begeleide omgangsregeling, zorgregeling en gezag) naar het hof over te hevelen, zal worden afgewezen. Inhoudelijke beoordeling: Het hof acht het van belang om de begeleide omgangscontacten op te starten en ziet, in hetgeen de vader heeft aangevoerd en in hoger beroep heeft verzocht, aanleiding om aan het niet nakomen van de begeleide omgangscontacten een dwangsom te verbinden. Vaststaat dat de begeleide omgangscontacten tussen de vader en de kinderen al jarenlang onderwerp van discussie is tussen de ouders, waarbij er naar het oordeel van het hof sprake is geweest van een substantieel en frequent niet-nakomen van de regeling, hetgeen het opleggen van een dwangsom rechtvaardigt. Het hof ziet derhalve reden om haar een dwangsom op te leggen van € 1.000,- per keer, met een maximum van € 20.000,-. Het hof zal de beschikking waarvan beroep bekrachtigen, waarbij het hof aanvullend een dwangsom zal bepalen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- J.C.M. Berbée-van Koningsbruggen
- R. Wouters
Partijen
[appellante]
appellante · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
