Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2017:2590

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 09-06-2017 · zaaknummer 15/01167

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 09-06-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende krijgt geen dwangsom toegekend, hoorplicht wordt geacht niet te zijn geschonden en de WOZ-waarde is niet te hoog vastgesteld Op 14 augustus 2014 ontvangt de Heffingsambtenaar een bezwaarschrift van belanghebbende gericht tegen de waardebeschikking en de aanslag WOZ. In 2014 is geen uitspraak op bezwaar gedaan. Tot de stukken van het geding behoort een brief van de Heffingsambtenaar aan de gemachtigde van belanghebbende, gedagtekend 27 december 2014, met als ‘Onderwerp’ Verlenging beslistermijn bezwaarschrift. In deze brief is vermeld dat de Heffingsambtenaar de beslistermijn met zes weken verdaagt tot 12 februari 2015. Belanghebbende ontkent dit schrijven te hebben ontvangen. Op 1 januari 2015 heeft belanghebbende de Heffingsambtenaar in gebreke gesteld en de Heffingsambtenaar daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen 14 dagen alsnog uitspraken op bezwaar te doen. Op 23 januari 2015 doet de inspecteur uitspraak op bezwaar. Bij besluit van 21 januari 2015 (de dwangsombeschikking) heeft de Heffingsambtenaar beslist dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom. Het Hof oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op een dwangsom, omdat de Heffingsambtenaar aannemelijk maakt dat de verdagingsbrief (tijdig) naar het juiste adres is verzonden; het Hof acht belanghebbendes blote stelling dat de verdagingsbrief niet is ontvangen, niet voldoende geloofwaardig. De Heffingsambtenaar heeft alvorens op het bezwaar te beslissen belanghebbende niet gehoord. Het Hof verbindt aan het niet-horen geen gevolgen. Belanghebbende is door de Heffingsambtenaar drie keer in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord, waarbij belanghebbende ten aanzien van twee van de drie geplande hoorzittingen vooraf heeft laten weten beschikbaar te zijn. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende voldoende gelegenheid heeft gekregen om te worden gehoord en de voldoende ruim van tevoren geplande hoorzittingen zelf onbenut heeft gelaten, zodat onder deze omstandigheden geen sprake is van een schending van de hoorplicht. Ten aanzien van de waarde van de onroerende zaak is het Hof van oordeel dat de waarde niet tot een te hoog bedrag is vastgesteld. Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.