Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2016:8

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 07-01-2016 · zaaknummer 14/00366

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 07-01-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belanghebbende koopt, verkoopt en verhuurt onroerende zaken. Voor deze activiteiten is hij ondernemer voor de omzetbelasting. In 2006 hebben belanghebbende en zijn echtgenote vijf appartementsrechten gekocht, recht gevend op een woning in een appartementencomplex, alsmede op 4 parkeerplaatsen in de kelder daarvan. Ter zake van de levering van de appartementsrechten op 10 oktober 2007 is een bedrag van € 93.004 aan omzetbelasting in rekening gebracht. Belanghebbende stelt het woonappartement mede te gebruiken ten behoeve van zijn onderneming, met name voor het voeren van de administratie daarvan. Pas over het tweede kwartaal van 2008 is de in rekening gebrachte omzetbelasting als voorbelasting in aftrek gebracht. In geschil is of € 93.004 als voorbelasting in aanmerking mag worden genomen. Voorts heeft belanghebbende verzuimd omzetbelasting over door hem verhuurde onroerende zaken te voldoen. Niet in geschil is de door belanghebbende verschuldigde omzetbelasting; wel de hoogte van de boete van 25 %. Het Hof oordeelt, in navolging van de Rechtbank, dat het tijdstip van ingebruikname het laatste tijdstip is waarop belanghebbende de mogelijkheid had om de appartementsrechten tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen (Hoge Raad 15 april 2011, nr. 10/00275, ECLI:NL:HR:2011:BQ1213). Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende de appartementsrechten in 2007 in gebruik heeft genomen. Nu uiterlijk in de aangifte over het vierde kwartaal van 2007 de aan belanghebbende en zijn echtgenote in rekening gebrachte omzetbelasting niet als voorbelasting in aftrek is gebracht, oordeelt het Hof dat belanghebbende niet bedoeld heeft de appartementsrechten tot zijn ondernemingsvermogen te rekenen. Belanghebbende mag het bedrag van € 93.004 niet als aftrekbare voorbelasting in aanmerking nemen. Eveneens in navolging van de Rechtbank oordeelt het Hof dat, gegeven de vastgestelde feiten, terecht een boete van 25 % is opgelegd. Die feiten zijn dat belanghebbende als eigenaar van de verhuurde onroerende zaken zelf als verhuurder is opgetreden, belanghebbende de huurovereenkomst zelf heeft ondertekend, in de huurovereenkomst is overeengekomen dat sprake is van belaste verhuur, belanghebbende facturen inclusief omzetbelasting heeft verstuurd aan de huurders, de huren op de zakelijke bankrekening van belanghebbende inclusief omzetbelasting zijn ontvangen en belanghebbende zelf aangifte heeft gedaan en daarbij niet de te voldoene omzetbelasting heeft vermeld. Nu belanghebbende bij elke stap – vanaf het sluiten van de overeenkomst tot en met het doen van aangifte – zelf betrokken is geweest, oordeelt het Hof dat het aan grove schuld van belanghebbende is te wijten dat ter zake van verhuuropbrengsten geen omzetbelasting is aangegeven en dat deze niet is voldaan.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.