Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2016:785

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 04-03-2016 · zaaknummer 15/00869

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-03-2016
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hof Den Bosch oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op persoonsgebonden aftrek in verband met uitgaven van levensonderhoud voor zijn studerende zoon Belanghebbende betaalt kosten van levensonderhoud voor zijn studerende, uitwonende, zoon. De zoon beschikte op 1 januari 2009 over een banktegoed van € 21.459 en op 31 december 2009 over een banktegoed van € 19.800. Op 12 december 2009 had de zoon een studieschuld aan de IB-groep van € 66.525,75, welke schuld vanaf twee jaar na het afstuderen dient te worden afgelost. In geschil is of belanghebbende de voor zijn zoon betaalde uitgaven van levensonderhoud als persoonsgebonden aftrekposten mag aanmerken. Het betreft een zaak die door de Hoge Raad naar Hof Den Bosch is verwezen. Uitgaven van een ouder voor het levensonderhoud van een kind worden ingevolge artikel 6.1, lid 3, van de Wet inkomstenbelasting 2001 (tekst 2009) slechts gerekend tot de persoonsgebonden aftrekposten voor zover de ouder zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen tot het doen van die uitgaven. De omstandigheid dat het kind beschikt over een banktegoed dat hem in staat stelt zelf in zijn levensonderhoud te voorzien staat in beginsel in de weg aan aftrek wegens uitgaven voor levensonderhoud van dat kind. In een dergelijk geval komen uitgaven voor levensonderhoud van het kind slechts voor aftrek in aanmerking voor zover bijzondere omstandigheden voor het kind aantasting van zijn banktegoed dermate bezwaarlijk doen zijn dat de ouder zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen deze aantasting te voorkomen door de uitgaven voor zijn rekening te nemen en te laten. Ten aanzien van de bijzondere omstandigheden heeft de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest geoordeeld dat het verschil tussen de maandelijkse inkomsten en kosten van de zoon, de aanwezigheid van een aanzienlijke studieschuld en de omstandigheid dat de zoon uitwonend was, dat hij 2009 zijn banktegoed heeft aangesproken en dat hij na een langdurig studietraject een bedrijf heeft gestart het oordeel niet kunnen dragen dat bijzondere omstandigheden meebrengen dat (verdere) aantasting van het banktegoed te bezwaarlijk is. De Hoge Raad heeft de zaak naar Hof Den Bosch verwezen om te onderzoeken of de hiervoor genoemde bijzondere omstandigheden zich hebben voorgedaan. Voor het Hof heeft belanghebbende financiële en economische omstandigheden naar voren gebracht, daarmee doelend op de financiële en economische crisis van 2008 en 2009, met onder andere als gevolg grote onzekerheid en krapte op de arbeidsmarkt voor starters. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd acht het Hof onvoldoende en te algemeen om te kunnen worden beschouwd als bijzondere omstandigheden die de zoon betreffen, en die voor de zoon aantasting van zijn banktegoed dermate bezwaarlijk doen zijn dat belanghebbende zich redelijkerwijs gedrongen heeft kunnen voelen deze aantasting te voorkomen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.