ECLI:NL:GHSHE:2016:74
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15-01-2016 · zaaknummer 14/00632
Inhoudsindicatie
Belanghebbende is van mening dat de aan hem opgelegde aanslagen hondenbelasting zijn opgelegd in strijd met verdragsbepalingen en algemene rechtsbeginselen. Hof: het onderscheid in de gemeentelijke verordening tussen houders van honden en andere personen kan worden getoetst aan de discriminatieverboden in het IVBPR en EVRM. De toetsing door de rechter van de gemeentelijke wetgeving over het heffen van hondenbelasting, kan slechts marginaal zijn. In casu acht het Hof een verschil in behandeling tussen houders van honden en andere personen gerechtvaardigd. Ook belanghebbendes standpunt dat sprake is van schending van artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM treft geen doel. Dat er geen (rechtstreeks) verband is tussen de vervuiling door de honden en de hondenbelasting staat het heffen van hondenbelasting ook niet in de weg. De keuze van de gemeente om een dergelijke heffing in te voeren is niet aan toetsing aan het motiverings- of zorgvuldigheidsbeginsel onderworpen, maar vloeit voort uit de in de Gemeentewet gegeven keuze. Het hanteren van een progressief oplopend tarief bij de heffing van hondenbelasting is toegestaan en de gehanteerde tariefstelling is niet onredelijk of willekeurig te noemen. Het hoger beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
