ECLI:NL:GHSHE:2016:5217
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22-11-2016 · zaaknummer 200.179.117_01
Inhoudsindicatie
Bewijslastverdeling met betrekking tot de vraag of een door een opdrachtgever gestelde opschortende voorwaarde, die volgens hem verbonden is aan zijn verbintenis om loon te betalen aan de bedrijfsmatig handelende opdrachtnemer, is overeengekomen. Anders gezegd: het gaat hier om de vraag naar de bewijslast ten aanzien van de door de opdrachtgever gestelde “onvoorwaardelijkheid” van de verbintenis van de opdrachtnemer tot betaling. Bij een overeenkomst van opdracht dient tot wettelijk uitgangspunt dat de opdrachtgever aan de opdrachtnemer loon verschuldigd is (zie artikel 7:405 lid 1 BW). Gelet daarop is de stelling van de opdrachtgever dat aan zijn verplichting tot betaling van loon aan de opdrachtnemer een opschortende voorwaarde verbonden is die aan de vordering tot nakoming in de weg staat, een bevrijdend verweer waarvan de stelplicht en de bewijslast op de opdrachtgever rusten. Zie in vergelijkbare zin HR 30 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2228, rov. 3.7.2).
Advocaten
- A.J.T.M. Hendriks
- G.W.A. Bernards
- W.H.B. den Hartog Jager
Partijen
[appellant]
appellant · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
