ECLI:NL:GHSHE:2016:2262
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 08-06-2016 · zaaknummer 20-001661-14
Inhoudsindicatie
Ondervragingsrecht; art. 6 lid 3 sub d jo lid 1 EVRM. Verweer dat getuigenverklaring niet mag worden gebruikt, omdat de verdediging niet in de gelegenheid is geweest om de getuigen rechtstreeks te ondervragen, wordt verworpen. Het hof overweegt dat de verklaring van de getuige niet het enige noch het doorslaggevende bewijsmiddel is en in belangrijke mate steun vindt in een ander bewijsmiddel te weten de verklaringen van aangeefster. Weliswaar is de verdediging niet in de gelegenheid geweest de getuige te ondervragen, maar naar het oordeel van het hof is dit voldoende gecompenseerd door het beschikbaar stellen voor de verdediging van de audiovisuele opnamen van het verhoor. Naar aanleiding daarvan heeft de verdediging de betrouwbaarheid van die verklaring voldoende kunnen toetsen. Verzoek om, ter compensatie voor het niet kunnen ondervragen van de getuige, een deskundige te benoemen die de verklaring van de getuige op betrouwbaarheid kan beoordelen, wijst het hof als niet noodzakelijk af.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
