ECLI:NL:GHSHE:2016:1480
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15-04-2016 · zaaknummer 14/00804
Inhoudsindicatie
De IW 1990 is van toepassing op de invordering van de onderhavige onderliggende naheffingsaanslag. Verder acht het Hof zich op grond van het bepaalde in artikel 30 van de IW 1990 bevoegd van dit geschil kennis te nemen en het te beoordelen. Belanghebbende stelt in hoger beroep dat het civielrechtelijke aspect in dezen prevaleert en hij pas rente verschuldigd is na ommekomst van de vier afgesproken betaaldata, oftewel per 31 maart 2014. Deze grief wordt verworpen. Belanghebbende heeft namelijk op eigen verzoek (d.d. 7 mei 2013) aan de Ontvanger om een betalingsregeling verzocht, waarna dit is ingewilligd en belanghebbende, zoals ook door de Ontvanger op 16 mei 2013 aan hem is bevestigd, uiterlijk op 30 juni 2013 de eerste (kwartaal)termijn van € 75.000 zou moeten betalen. Nu niet in geschil is dat belanghebbende op 25 juni 2013 slechts een bedrag van € 7.800 en dus niet het vereiste bedrag heeft betaald en het verleende uitstel van betaling is ingetrokken, heeft de Ontvanger derhalve terecht op grond van artikel 28 IW 1990 invorderingsrente in rekening gebracht. De onderliggende naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het jaar 2011 kan in deze procedure niet ter discussie worden gesteld en verder is artikel 16 AWR niet van toepassing op naheffingsaanslagen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
