ECLI:NL:GHSHE:2016:1160
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 29-03-2016 · zaaknummer 20-000011-15
Inhoudsindicatie
1. Vrijspraak moord, geen sprake van voorbedachte raad 2. Veroordeling wegens poging tot doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest. 3. Verwerping verweren noodweer(-exces) verweer en putatief noodweer(-exces) Ad 1. De verdachte heeft weliswaar voldoende tijd gehad om na te denken over zijn voornemen om zich met een revolver te begeven naar de aangever en daarmee in de richting van de aangever te schieten, hetgeen aanwijzingen zou kunnen opleveren voor het aannemen van voorbedachte raad. Echter, als de verdachte de aangever had willen doden, had hij daartoe alle gelegenheid, tijd en ruimte gehad, hetgeen in casu naar het oordeel van het hof een zwaarwegende contra-indicatie oplevert voor de vaststelling van de voorbedachte raad. Ad 2. De verdachte heeft met een met scherpe munitie geladen vuurwapen, waar hij geen enkele ervaring mee had, op een afstand van ongeveer 5 meter op het bovenlichaam van de aangever geschoten, wetende dat daar zich vitale lichaamsonderdelen bevinden (halsslagader), terwijl zich in de directe omgeving van de schouder ook andere vitale lichaamsonderdelen bevinden (hals, hoofd, borst). Zowel de aangever als de verdachte waren in beweging en liepen op elkaar af. Bovendien was het donker, had de verdachte al enige tijd last van ontstoken ogen en was hij eerder die avond door de aangever op zijn oog geslagen. Tevens had de verdachte die avond alcohol gedronken en was hij emotioneel. Op grond van deze feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd, oordeelt het hof dat zeker sprake was van een aanmerkelijke kans dat de aangever dodelijk zou kunnen worden geraakt en dat verdachte met zijn gedragingen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de aangever daardoor zou kunnen komen te overlijden. De verdachte heeft minst genomen in voorwaardelijke zin opzet op de dood van aangever gehad. Ad 3. Het hof acht op grond van de onder het kopje Feiten en omstandigheden opgenomen bevindingen aannemelijk geworden dat verdachtes intentie was gericht op het aangaan van een confrontatie met de aangever. De gedragingen van de verdachte kunnen immers naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet worden aangemerkt als verdedigend, maar – naar de kern bezien – als aanvallend. Derhalve kunnen in dit geval ook het beroep op noodweer(-exces) en op putatief noodweer(-exces) niet slagen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
