ECLI:NL:GHSHE:2015:4044
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 08-10-2015 · zaaknummer 14/00227
Inhoudsindicatie
Hof Den Bosch oordeelt met toepassing van fraus legis dat de HIR ten gunste van de winst van belanghebbende dient vrij te vallen Belanghebbende heeft in 2001 een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd. In de tweede helft van december 2004 beoogt belanghebbende achtereenvolgens Duits vastgoed te verwerven van BV [S] en worden de aandelen in belanghebbende vervreemd aan BV [S]. In de loop van 2005 vormen BV [S] en belanghebbende een fiscale eenheid. Levering van het Duitse vastgoed aan belanghebbende heeft nimmer plaatsgevonden, omdat BV [S], die het Duitse vastgoed in eerste instantie zou verwerven, de financiering daarvan niet rond kreeg. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat belanghebbende daadwerkelijk en tijdig heeft geherinvesteerd is in geschil of belanghebbende in 2004 de HIR heeft mogen afboeken. Het Hof oordeelt dat, nu de wijziging van het uiteindelijk belang na de aanwending van de HIR heeft plaatsgevonden, de duidelijke tekst van artikel 15e Wet Vpb niet opzij kan worden gezet met een beroep op een ruimere ratio van deze bepaling. Vervolgens toetst het Hof of sprake is van een onaanvaardbaar doorkruisen van artikel 15e Wet Vpb, zodat toepassing van fraus legis dient te volgen. Het Hof komt tot het oordeel dat dit inderdaad het geval is en dat de HIR in 2004 bij belanghebbende dient vrij te vallen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
