ECLI:NL:GHSHE:2015:3715
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25-09-2015 · zaaknummer 14/00882
Inhoudsindicatie
Het Hof acht de Heffingsambtenaar er niet in geslaagd om aannemelijk te maken dat de door hem berekende gecorrigeerde vervangingswaarde exclusief omzetbelasting is. Belanghebbende is huurder van een opslag- en distributiecentrum. In geschil is de WOZ-waarde per waardepeildatum 1 januari 2012. De Heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde van de onroerende zaak aan de hand van de huurwaardekapitalisatie-methode vastgesteld op € 2.486.000. Deze berekening is door de Rechtbank in eerste aanleg verworpen. In hoger beroep verdedigt de Heffingsambtenaar een op een lager bedrag uitkomende gecorrigeerde vervangingswaarde (GVW) van € 2.280.000. In geschil is het antwoord op de vraag of deze waarde te hoog is. De Heffingsambtenaar verwijst in hoger beroep wederom naar het eerder ingebrachte taxatierapport, waarin de GVW-berekening is opgenomen. Belanghebbende verdedigt een GVW van € 2.090.000. Belanghebbendes enig aandeelhouder en tevens verhuurder heeft de onroerende zaak op 7 februari 2013 gekocht voor € 2.000.000. Belanghebbende verwijst ter onderbouwing van de door haar verdedigde waarde naar het aankoopcijfer en naar een door haar overgelegd taxatierapport waarin de GVW is bepaald op € 2.090.000. Vaststaat dat belanghebbende met omzetbelasting belaste prestaties verricht en recht heeft op aftrek van voorbelasting. In dat geval moet de gecorrigeerde vervangingswaarde worden bepaald zonder rekening te houden met de omzetbelasting. In de taxatie van belanghebbende is met deze omstandigheid specifiek rekening gehouden. Het taxatierapport van de Heffingsambtenaar is op dit punt niet duidelijk. Afgaande op enkele specifieke elementen in de toelichting van diens taxatierapport in combinatie met de mededelingen van de Heffingsambtenaar ter zitting komt het Hof tot het oordeel dat moet worden aangenomen dat de door de Heffingsambtenaar getaxeerde waarde de waarde inclusief omzetbelasting betreft. Eliminatie van de omzetbelasting uit de door de Heffingsambtenaar getaxeerde waarde leidt tot een lagere waarde dan de door belanghebbende verdedigde waarde van € 2.090.000. Partijen zijn het erover eens dat voor dat geval de waarde op laatstgenoemd bedrag moet worden vastgesteld. Het hoger beroep is gegrond, de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op € 2.090.000.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
