ECLI:NL:GHSHE:2015:302
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 30-01-2015 · zaaknummer 13-01079
Inhoudsindicatie
Belanghebbende erft van overleden echtgenoot (onder meer) tegoeden op een verzwegen buitenlandse bankrekening. Over de verkrijging was aanvankelijk geen aanslag opgelegd, omdat de omvang, na pensioenimputatie, onder de voor echtgenoten geldende vrijstelling bleef. Nadat belanghebbende op grond van de inkeerregeling het buitenlandse tegoed had aangegeven, legt de Inspecteur een navorderingsaanslag in het recht van successie op met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR. In geschil is (A) of de Inspecteur bij het voorbereiden en opleggen van de navorderings¬aanslag voldoende voortvarend gehandeld heeft, (B) belanghebbende het bedrag van de voor echtgenoten geldende vrijstelling geheel in mindering brengen kan brengen op de buitenlandse verkrijging en (C) of belanghebbende recht heeft op een vergoeding van immateriële schade wegens de lange duur van het bezwaar en/of het (hoger) beroep? Hof: het Europeesrechtelijke vereiste dat de Inspecteur bij het voorbereiden en opleggen van een aanslag voldoende voortvarend handelt, geldt ook voor aanslagen in het recht van successie. De voortvarendheidstoets vangt aan op het moment dat de belastingautoriteiten aanwijzingen hebben ontvangen over in het buitenland aangehouden vermogen. Dat is in het onderhavige geval het moment dat belanghebbende de inspecteur IB verzocht om toepassing van de inkeerregeling. Daaraan kan niet afdoen dat deze inspecteur binnen de organisatie van de belastingdienst niet belast was met regelen van navorderingsaanslagen in het recht van successie. Het Hof onderschrijft de oordelen van de Rechtbank dat (a) de Inspecteur de omvang van de erfrechtelijke verkrijging alleen kon vaststellen als hij beschikte over de tot aan de datum van overlijden van erflater verschuldigde bedragen aan IB/PVV en vermogensbelasting, (b) dat deze bedragen werden vastgesteld door de inspecteur IB en dat de Inspecteur met het opleggen van de navorderingsaanslag in het recht van successie mocht wachten tot hij de relevante bedragen van de inspecteur IB had ontvangen, (c) dat de inspecteur IB bij het verzamelen van de relevante gegevens voldoende voortvarend gehandeld had en (d) dat vervolgens de Inspecteur de navorderingsaanslag in het recht van successie eveneens met voldoende voortvarendheid heeft vastgesteld. Het Hof verwerpt de stelling van belanghebbende dat de Inspecteur de navorderingsaanslag terstond, zo nodig onder het innemen van een “maximumpositie” had kunnen opleggen, om deze later eventueel ambtshalve te verminderen. Het Hof oordeelt voorts dat de Inspecteur de navorderingsaanslag juist heeft berekend, en dat de wijze waarop de echtgenotenvrijstelling werd toegepast niet een vermomde navordering over het binnenlands vermogen inhoudt. De Rechtbank heeft belanghebbendes verzoek om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn terecht afgewezen, omdat vanaf het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door de Inspecteur tot het moment waarop de Rechtbank uitspraak deed, minder dan twee jaren zijn verstreken. Het is niet relevant of de Rechtbank om tot een snelle afdoening te komen, gekozen heeft voor een mondelinge in plaats van een schriftelijke uitspraak. Evenmin is van belang dat belanghebbende na de uitspraak nog geruime tijd op het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting heeft moeten wachten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
