ECLI:NL:GHSHE:2014:5382
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18-12-2014 · zaaknummer F 200.143.494_01
Inhoudsindicatie
Procedure na verwijzing. Internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter (Brussel II-bis Verordening), indiening verzoekschrift: 7 januari 2013. Ouders hebben de minderjarigen tijdens een begeleid contact in kader van uithuisplaatsing op 28 september 2012 overgebracht van Nederland naar Duitsland. Het hof stelt vast dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen op 28 september 2012 in Nederland lag en dat op dat moment de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was. Voorts oordeelt het hof dat sprake was van een ‘ongeoorloofde overbrenging’ waardoor de Nederlandse rechter bevoegdheid behoudt. Niet is komen vast te staan dat de minderjarigen nadien hun gewone verblijfplaats in Duitsland hebben verkregen, dan wel dat aan de overige voorwaarden van artikel 10 Brussel II-bis is voldaan. De Nederlandse rechter heeft zijn internationale bevoegdheid derhalve behouden en was dus ook op 7 januari 2013 de bevoegde rechter. Het hof ziet voor een verwijzing naar het gerecht van een andere lidstaat ex artikel 15 Brussel II-bis geen mogelijkheden omdat de ouders niet bereid zijn bekend te maken waar de minderjarigen op dit moment feitelijk verblijven. Het hof is voor het overige gebonden aan de in cassatie niet of tevergeefs bestreden (eind)beslissingen in de door de Hoge Raad vernietigde uitspraak. De overige door de ouders gedane verzoeken gaan de grenzen van het geschil in deze procedure na verwijzing te buiten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- H.F.M. Struycken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
