Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:GHSHE:2014:465

Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20-02-2014 · zaaknummer 12-00724

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 20-02-2014
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het volgen van de aangifte 2002 wekt niet een in rechte te honoreren vertrouwen Sedert 1976 verhuurt belanghebbende een perceel grond aan een B.V. waarin belanghebbende een (middellijk) aanmerkelijk belang had. Per 1 januari 2001 viel het perceel onder de terbeschikkingstellingsregeling als bedoeld in artikel 3.92 van de Wet IB 2001. Op 1 april 2006 is deze werkzaamheid als gevolg van de beëindiging van de huurovereenkomst beëindigd. In het kader van de aanslagregeling 2002 heeft de Inspecteur verzocht om een specificatie van de opbrengst van de ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen en om een specificatie van de onroerende zaken waarvan belanghebbende in een bijlage heeft vermeld dat de ‘Taxatiewaarde per 1 januari 2002’ € 621.225 bedraagt. Bij de aanslagregeling 2006 gaat de Inspecteur voor de bepaling van het belastbaar inkomen uit werk en woning uit van een waarde in het economische verkeer van het perceel per 1 januari 2001 van € 410.000. In geschil is of de Inspecteur bij de aanslagregeling 2002 het in rechte te honoreren vertrouwen heeft gewekt dat de door belanghebbende vermelde ‘Taxatiewaarde per 1 januari 2002’ van € 621.225 door hem is beoordeeld en juist bevonden. Het Hof oordeelt dat de omstandigheid dat bij het opleggen van een aanslag een aangifte is gevolgd, als zodanig geen vertrouwen opwekt dat rechtens bescherming verdient. Dit is slechts anders indien bijkomende omstandigheden de indruk van een bewuste en weloverwogen standpuntbepaling door de Inspecteur hebben kunnen wekken. In dat verband gaat het er niet om of sprake is van een bewuste standpuntbepaling van de Inspecteur, maar of de door de Inspecteur gevolgde gedragslijn bij belanghebbende de indruk heeft kunnen wekken te berusten op een zodanige standpuntbepaling. Wil een beroep op het vertrouwensbeginsel slagen dan is voorts vereist dat een voor de aanslag van belang zijnde aangelegenheid uitdrukkelijk en gemotiveerd door belanghebbende aan de orde wordt gesteld en dat belanghebbende in redelijkheid mocht aannemen dat de Inspecteur kennis heeft genomen van alle vereiste bijzonderheden van het desbetreffende geval. Getoetst aan het vorenstaande rechtskader komt het Hof tot de conclusie dat geen sprake is van een door de Inspecteur in rechte te honoreren vertrouwen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.